UMC’s willen rekencapaciteit beter benutten

Het SURFnet-netwerk is nooit af. Als Productmanager Netwerkdiensten bezoek ik regelmatig hogeronderwijs- en onderzoeksinstellingen om te bespreken met welke uitdagingen rondom connectiviteit zij te maken hebben. Door te weten wat er speelt, kunnen we het toekomstige netwerk tijdig voorbereiden op nieuwe ontwikkelingen. Vandaag ben ik in gesprek met het LUMC over het delen van rekenkracht.

Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en SURFsara zijn betrokken bij een pilot van SURFnet met Ethernet Local Area Network (E-LAN). Een E-LAN is een virtual private LAN. De pilot is mede opgestart door het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU). Met behulp van een E-LAN kunnen UMC’s de High Performance Computing-capaciteit van elkaar én van SURFsara effectief inzetten voor grote rekenklussen. De onderzoeksgroep uit de pilot gebruikt de rekenkracht met name om DNA-datasets te analyseren.

Wat willen de onderzoekers precies bereiken?

“Onze gebruikers willen graag op een eenvoudige manier High Performance Computing-resources kunnen afnemen gekoppeld aan onze eigen rekenomgeving. Bijvoorbeeld in het geval van grote opdrachten, piekbelastingen en uitbreiding.” zegt Taco Brouwer, ICT-architect bij het LUMC. “Het is zonde als iedereen zijn omgeving groot genoeg schaalt om alles zelf aan te kunnen, terwijl je weet dat ondertussen een belangrijk deel van de resources niet gebruikt wordt. Met het E-LAN kunnen we de High Performance Computing-capaciteit van UMC’s en SURFsara optimaal benutten.”

In plaats van dat alle partners een lichtpad naar elkaar aanleggen, komt er met de pilot een E-LAN dat alle partners met elkaar verbindt. Vijf instellingen hoeven dus niet ieder vier lichtpaden op te zetten, maar iedere instelling wordt een eindpunt van het E-LAN.

Welke uitdagingen liggen er?

Elke aangesloten instelling richt daarnaast een netwerk in, dat via het E-LAN, direct aan de netwerken van de andere partners wordt geknoopt, zonder tussenkomst van een firewall. Dit netwerk is speciaal aangelegd voor deze onderzoeksgroep die met DNA-datasets werkt, omdat een dergelijk netwerk enerzijds meer capaciteit behoeft en anderzijds aan een andere security policy dient te voldoen. (Ook wel een Science DMZ genoemd) “Een firewall vormt potentieel een belemmering voor High Performance Computing-toepassingen en grote datasets,” licht Brouwer toe. “Je moet gemeenschappelijk afspreken welke access policy je toepast en die zal elke instelling moeten hanteren. Daarom is het essentieel dat de beoogde partners elkaar vertrouwen.”

Welke toekomstplannen liggen er?

UMC’s willen met elkaars data kunnen rekenen in de toekomst. Bij deze toekomstdroom hoort dat sommige medische data onder strikte voorwaarden gedeeld kunnen worden voor behandelings- en onderzoeksdoeleinden. Hierbij is het natuurlijk altijd van groot belang dat de privacy van patiënten niet in het geding komt.

Brouwer: “In plaats van alle data heen en weer te slepen en te kopiëren, zoeken we naar methoden waarbij de data niet elders worden opgeslagen. Als we bijvoorbeeld een rekenklus hebben met data die in Utrecht staan, zouden we berekeningen bij SURFsara in Amsterdam moeten kunnen uitvoeren. Met het netwerk dat we nu gaan bouwen, moet dit in de toekomst mogelijk zijn.”

Author

Comments

Dit artikel heeft 0 reacties