Digitale autonomie is geen luxeprobleem, maar een strategische noodzaak

Binnen universiteiten groeit de bezorgdheid over onze digitale autonomie. Die zorgen zijn terecht. We beheren grote hoeveelheden gevoelige data, we dragen een publieke opdracht en we moeten onafhankelijk kunnen blijven in onze technologische keuzes. Toch wordt het debat vaak voorgesteld als een keuze tussen volledige autonomie of volledige afhankelijkheid. De werkelijkheid is complexer en vraagt om nuance en realisme.

Een rol die niet vanzelfsprekend is, maar wel noodzakelijk

Als Product Owner van een Azure-team binnen de Universiteit Maastricht bevind ik mij in een bijzondere positie. Ik werk dagelijks met technologie die onderwerp is van kritische discussies over datasoevereiniteit, vendor lock-in en publieke waarden. Ondanks die spanningen heb ik digitale autonomie bewust opgenomen in mijn productvisie. Niet omdat het eenvoudig is, maar omdat het essentieel is voor de toekomst van onze universiteit.

Digitale autonomie betekent voor mij niet dat we alles zelf moeten bouwen of hosten. Het betekent dat we bewuste keuzes maken, dat we onze afhankelijkheden begrijpen en dat we weten waar alternatieven nodig zijn. Technologie moet ons dienen, niet andersom.

Waarom een hybride aanpak de enige realistische weg vooruit is

Volledige soevereiniteit klinkt aantrekkelijk, maar is voor de meeste organisaties, zoals universiteiten, onhaalbaar. Tegelijk is volledige afhankelijkheid van één leverancier evenmin verstandig. De oplossing ligt in een gediversifieerde, hybride architectuur die gebaseerd is op gegevensclassificatie.

Niet alle data heeft dezelfde gevoeligheid. Niet alle workloads hebben dezelfde risico’s. Niet alle diensten horen in dezelfde omgeving thuis. Door data te classificeren kunnen we bepalen welke technologie geschikt is voor welke context. Zo ontstaat een landschap waarin Azure een belangrijke rol speelt, maar niet de enige. Open source, on-premises oplossingen, Europese cloudinitiatieven en gespecialiseerde SaaS-diensten kunnen naast elkaar bestaan, elk op basis van hun eigen merites.

Dit is geen halfslachtige middenweg. Dit is volwassen architectuur.

Pragmatisme als motor voor innovatie

Universiteiten moeten blijven innoveren. Studenten verwachten moderne, digitale leeromgevingen. Onderzoekers hebben schaalbare infrastructuur nodig. Administratieve processen moeten efficiënter en veiliger worden. Als we digitale autonomie benaderen als een dogma, blokkeren we innovatie. Als we het benaderen als een strategisch kader, creëren we ruimte om te moderniseren en tegelijk onze publieke waarden te beschermen.

Pragmatisme betekent dat we niet alles willen controleren, maar wel alles willen begrijpen. Dat we niet alles zelf willen doen, maar wel kunnen sturen. Dat we risico’s eerlijk benoemen zonder verlamd te raken door angst. Het betekent dat we technologie, applicaties en data zien als een samenhangend ecosysteem waarin keuzes consequenties hebben en waarin die keuzes bewust en transparant moeten zijn.

Digitale autonomie is een gedeelde verantwoordelijkheid

Digitale autonomie raakt het bestuur, het onderwijs, het onderzoek en onze maatschappelijke opdracht. Als Product Owner kan ik slechts een deel van de puzzel leggen, maar ik kan wel richting geven. Ik kan kiezen voor open standaarden, alternatieven blijven evalueren, risico’s helder benoemen en hybride oplossingen stimuleren.

Mijn rol is niet om een ideologische strijd te voeren, maar om een realistische koers uit te zetten die innovatie mogelijk maakt en autonomie versterkt. Dat is geen evidente positie, maar wel één die past bij de verantwoordelijkheid die we als universiteit dragen.

Auteur

Reacties

Dit artikel heeft 0 reacties