Veel instellingen zetten sinds de komst van ChatGPT vaker mondelinge toetsing in. Waar een geschreven product met behulp van AI tot stand kan komen, lijkt een gesprek meer inzicht te bieden in hoe iemand redeneert, afweegt en tot conclusies komt.
Maar wat gebeurt er wanneer AI niet langer achter een scherm zit, maar tijdens het gesprek zelf aanwezig is?
Die vraag wordt steeds relevanter door de opkomst van AI-wearables, zoals smart glasses die geluid, beeld en context kunnen verwerken. De technologie staat nog aan het begin van haar ontwikkeling, maar roept nu al vragen op die in veel AI-beleidsdocumenten nauwelijks aan bod komen.
Mondelinge toetsing als oplossing en nieuwe uitdaging
De afgelopen jaren verschoof de discussie over generatieve AI vooral naar producten: essays, verslagen en reflecties. Veel opleidingen reageerden daarop door meer nadruk te leggen op procesgericht beoordelen en mondelinge toetsing.
Daarmee ontstond een belangrijke aanname: denken wordt zichtbaar in interactie.
AI-wearables zetten juist die aanname onder druk. Wanneer een student tijdens een gesprek real-time ondersteuning ontvangt, verschuift de discussie van het product naar de interactie zelf. Niet langer staat alleen het eindresultaat ter discussie, maar ook het gesprek waarin het denken zichtbaar zou moeten worden.
De vraag of een student zelfstandig redeneert of wordt ondersteund door AI wordt daarmee ook relevant binnen mondelinge toetsing.
Meer dan een handhavingsvraagstuk
Het is verleidelijk om deze ontwikkeling uitsluitend te benaderen als een nieuwe vorm van fraude. Daarmee doen we de technologie echter tekort.
Dezelfde toepassingen kunnen ook legitieme ondersteuning bieden. Denk aan real-time ondertiteling, vertaalondersteuning of hulp bij toegankelijkheid voor studenten met een beperking.
Dat maakt alleen inzetten op fraude detectie niet genoeg maar zouden we ook heldere uitgangspunten over welke vormen van ondersteuning passen bij de leeruitkomsten moeten formuleren.
Nieuwe vragen voor onderwijsinstellingen
Instellingen kunnen nu al nadenken over vragen als:
- Welke gespreksvaardigheden willen we daadwerkelijk beoordelen?
- Welke vormen van AI-ondersteuning zijn verenigbaar met die leeruitkomsten?
- Welke afspraken zijn nodig binnen OER’s, toetsbeleid en examenreglementen?
- Hoe verhouden toegankelijkheid, inclusie en toetsintegriteit zich tot elkaar?
- Welke rol speelt AI-geletterdheid bij het beoordelen van studenten?
Voor opleidingen waarin gesprekken een centrale plaats innemen, zoals recht, gezondheidszorg, social work en lerarenopleidingen, zijn deze vragen extra relevant.
Tijd voor een bredere discussie?
Binnen het hoger onderwijs wordt al veel gesproken over AI-proof toetsen en verantwoord gebruik van generatieve AI. Smart glasses voegen daar een nieuwe dimensie aan toe. Niet omdat ze een nieuwe technologie zijn, maar omdat zij AI verplaatsen van het scherm naar de interactie.
Dat vraagt om een andere discussie over wat we precies willen beoordelen wanneer studenten deelnemen aan een gesprek.
Als een student tijdens een assessment onzichtbaar wordt ondersteund door AI, beoordelen we dan nog de student, of beoordelen we een mens-AI-combinatie?
0 Praat mee