De geest is uit de fles

Studenten hebben de afgelopen twee jaar geleerd dat naar college gaan helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Daarmee is de geest uit de fles: studenten vragen zich nu meer dan voorheen af of het de moeite waard is om naar de campus te komen. Ze maken nu een andere afweging. Studenten hebben ontdekt dat ze met opnames, online werkvormen, multimedia en powerpoints het onderwijs in hun eigen tijd en eigen plaats kunnen volgen. Dat wat voorheen de toekomst leek, blijkt nu ineens de werkelijkheid: studenten leren nu plaats- en tijdsonafhankelijk.

Nu proberen we uit alle macht de geest weer terug in de fles te krijgen. Met het opheffen van de maatregelen is het onderwijs teruggekeerd naar de oude situatie. Studenten worden weer in de collegebanken verwacht, maar zij wegen telkens af of het wel de moeite waard is om naar de campus te komen. In de media was de afgelopen tijd te lezen dat de student vaak concludeert dat het de reistijd en de moeite niet waard is. Tegelijkertijd wordt weinig gedaan met de nieuwe studievaardigheden en ervaringen die studenten wél hebben opgedaan. Studenten zoeken naar motivatie, discipline, binding en welzijn. Maar op de campus vinden ze vooral kennis en kunde.

Het oppakken van het onderwijs zoals we dat pre-corona gewend waren is dus niet succesvol. Ten eerste is afstandsonderwijs zoals dat in de coronatijd is opgebouwd niet de optimale invulling voor het onderwijs van de toekomst: de negatieve effecten zijn overduidelijk en zorgwekkend groot. Wegblijven bij het aangeboden fysieke onderwijs verhelpt dat niet. Ten tweede worstelen docenten met de lege collegezalen. Zij doen wat er van hen verwacht wordt. Docenten geven hun onderwijs zoals is vastgelegd dat het onderwijs gegeven moet worden. Maar naast een gevoel van inefficiëntie en afwijzing is het voor de docent moeilijk om de voortgang van de studenten te zien en een band op te bouwen als studenten massaal wegblijven. De terugkoppeling tussen docent en studenten wordt verstoord en het zicht op de studenten verdwijnt.

Wat zouden we dan wel moeten doen? Dit is hoe ik het zie:

Stap 1:  actief werken aan het herbouwen van de binding met ál onze studenten en docenten. Ongeacht in welk jaar studenten zitten, ze zijn elkaar en de docenten uit het oog verloren, en dat moet actief gerepareerd worden.

Stap 2: studenten komen niet alleen voor kennisoverdracht naar school. We moeten ons inspannen om sleutelfactoren te identificeren in fysieke onderwijsvormen qua studentenwelzijn, motivatie en discipline. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan interacties waarbij elke student zich echt gezien en gehoord voelt. En het aan studenten overdragen van een gevoel voor de cultuur en professionele houding van het beroep. We moeten zorgen dat zulke sleutelfactoren een centrale plaats krijgen in het fysieke onderwijs.

Stap 3: niet kennis maar persoonlijke vorming, beroepsoriëntatie en het aanleren van sociale vaardigheden en professionele vaardigheden moeten als belangrijkste leerdoelen neergezet worden in het fysieke onderwijs. Daarmee erkennen we de échte functies van fysieke contacttijd, terwijl we de nieuw aangeleerde studievaardigheden en de ontwikkelde online lesvormen een functionele en erkende plek voor kennisoverdracht geven in het onderwijs.

Dat betekent wel een substantieel andere invulling van het fysieke onderwijs en een verbeterslag van het online onderwijs. De meerwaarde voor de student? Die vindt op de campus wat hij of zij zoekt en ziet dat het fysieke onderwijs voorziet in leeruitkomsten die níet zijn te vatten in een kennisclip of lesboek. De meerwaarde voor de docent? Die kan weer echt in contact komen met de studenten, een rolmodel zijn en de fijne kneepjes van het vak overbrengen op studenten. En zo zorgen we dat er een andere fles ontstaat: eentje waar de geest weer in te krijgen is.

Jessica Zweers  is in 2021 uitgeroepen tot Docent van het Jaar. Ze werkt al bijna tien jaar als docent bij de major Medische Diagnostiek van de opleiding Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek aan de Hanzehogeschool in Groningen. Ze staat zowel voor de klas als in het laboratorium, en is daarnaast actief als hogeschooldocent onderwijsvernieuwing. Jessica is daarnaast co-voorzitter van het ComeniusNetwerk, het netwerk van onderwijsvernieuwers in het hoger onderwijs. De komende tijd plaatst Jessica regelmatig een persoonlijke blog op de Vraagbaak Online Onderwijs.

Foto door Photo Sharon McCutcheon via Unsplash

Auteur

Reacties

Dit artikel heeft 1 reactie

Reactie van Huizen, Jean P…

Dat studenten zich nu meer dan voorheen afvragen of het de moeite waard is om naar de campus te komen is maar ten dele waar. Wat corona ons heeft geleerd is dat studenten over het algemeen de contacttijd en het campusleven meer waarderen. Leren (en werken) is een sociale bezigheid. Het gebrek aan sociale interactie hebben studenten tijdens de coronaperiode aan den lijve mogen ervaren. Daarom komen ze over het algemeen graag naar de les. We leren met elkaar en van elkaar. Het is aan de docent om de contacttijd zo goed mogelijk te benutten.