Naar welk type kennisclip kijken studenten het liefst?

Kennisclips. Sinds de coronacrisis worden ze veel ingezet in het onderwijs. Docenten hebben de meerwaarde van kennisclips ontdekt. En studenten al helemaal. Tijdens de coronacrisis gaf 90% van de studenten aan te hopen dat kennisclips ook na corona nog gebruikt zullen worden. Maar er zijn veel verschillende kennisclips. Charlotte Meijer onderzocht welk type kennisclip studenten het liefst zien. Wat werkt voor hen het beste? Waar leren zij het meest van?

Logisch dat studenten de clips graag willen behouden in het onderwijs, want kennisclips kunnen gekeken worden op het moment dat het de student het beste uitkomt. Ze kunnen video’s pauzeren als er bijvoorbeeld even te veel informatie tegelijk op ze afkomt. Ze kunnen terugspoelen of de video opnieuw bekijken als ze iets gemist hebben. Ze kunnen vooruit spoelen als ze al weten wat er in de video gezegd wordt. Kennisclips zorgen dus voor flexibiliteit, zodat studenten informatie tot zich kunnen nemen op de manier die voor hen het meest geschikt is. 

Zoals gezegd, zijn er veel verschillende kennisclips. Niet alleen de kwaliteit van de inhoud verschilt, maar ook hoe de kennisclip is vormgegeven. Een kennisclip kan bijvoorbeeld bestaan uit een Powerpoint met ingesproken stem of het kan een complete animatievideo zijn. De ene vorm vraagt een stuk meer tijd en middelen dan de andere. Het verschil moet dus wel de moeite waard zijn. Dus waar kijken studenten nu eigenlijk het liefst naar? Wat werkt voor hen het best? Waar leren zij het meest van? Daar heb ik onderzoek naar gedaan. Ik heb studenten vier typen video’s laten bekijken over hetzelfde onderwerp. Dit zijn de voor- en nadelen van elk type volgens de studenten.  

Type 1: Docent aan het woord

In de eerste video is de docent groot in beeld. Er werd geen gebruik gemaakt van een Powerpoint.

De meeste studenten waren tijdens het kijken snel hun aandacht kwijt. Opvallend, omdat de studenten wel aangeven de stem van de docent prettig te vinden om naar te luisteren. Er zit veel leven en intonatie in haar stem, maar de studenten zien de meerwaarde van een video niet in. Er gebeurt niets in beeld, behalve dat er een sprekende docent in beeld is. Af en toe in- en uitzoomen verandert hier weinig in, ook al maakt het de video wel minder statisch. Er is geen prikkel aanwezig om de aandacht er weer even bij te halen. De studenten geven aan dat het zou helpen als er af en toe steekwoorden in beeld tevoorschijn komen, zodat de belangrijkste punten duidelijk zijn of een structuur aangeboden kan worden. Dat vinden zij ook prettig om goed aantekeningen te kunnen maken. De studenten geven vooral aan dat de video te lang is. Ten slotte geven de studenten aan dat het belangrijk is wie de spreker is. De ene student vindt het juist fijn als hun eigen docent te zien is in de video; dat maakt de video persoonlijker. De ander vindt het juist een beetje “cringy”. Heeft de docent een opvallend trekje, dan focus je daarop in plaats van op wat er gezegd wordt.

Type 2: Powerpoint met voice over

In de tweede video is alleen een Powerpoint in beeld te zien. De docent legt dingen uit bij de slides. 

“Slaapverwekkend en monotoon”, is het eerste wat over deze video gezegd wordt. De studenten storen zich aan de kwaliteit van de audio. Het geluid is het belangrijkste en de docent klinkt heel ver weg. De studenten vinden de Powerpoint wel prettig; die maakt het makkelijker om te leren. Maar hoe de Powerpoint is ingezet, is niet goed. Er zijn veel lappen tekst te zien, dus de studenten proberen tegelijk te lezen wat er staat en te horen wat er gezegd wordt. Dat lukt natuurlijk niet en het gevolg is dat van beide vormen weinig aankomt. Hoe de Powerpoint wordt ingezet is dus belangrijk. Gebruik steekwoorden en laat ze inspringen op het moment dat ze relevant zijn. Zo ondersteunt beeld en geluid elkaar goed. Bij de vraag aan welke vorm studenten de voorkeur geven, antwoordt de meerderheid dat ze toch liever de docent in beeld hebben. Maar het liefst hebben ze een combinatie: zowel een Powerpoint als de docent. 

Vrouw voor de camera
Foto: Pexels

Type 3: Rollenspel

In de derde video worden veel scenario’s uitgebeeld. Een docent geeft kort uitleg en acteurs beelden vervolgens een voorbeeldsituatie uit, eentje waar het verkeerd gaat en eentje waar het goed gaat.  

Eén ding is zeker: dit type video trekt de aandacht van de student. De meningen wisselen wat ze ervan vinden, maar geen enkele student haakt halverwege af. De ene vindt de rollenspellen kinderachtig en vergelijkt het met het Klokhuis. Je let meer daarop dan op de boodschap. De meeste anderen vinden het ook wat kinderlijk, maar wel erg nuttig. De voorbeelden zijn wat overdreven, maar dat maakt wel dat je precies weet wat wel en niet goed is. De volgende dag is de studenten gevraagd of de boodschap van de rollenspellen is blijven hangen en zelfs de studenten die zeiden dat de kinderachtigheid afleidend was, is de boodschap bijgebleven. 

Type 4: Animatie

In de vierde video is gebruik gemaakt van een animatie waarin wordt uitgebeeld wat de docent vertelt. Ook worden steekwoorden in de video getoond. 

Over dit type video waren de studenten het meest enthousiast. De video komt snel to the point, er worden voorbeelden gegeven en de steekwoorden brengen structuur aan en maken duidelijk wat de belangrijkste punten in de video zijn. Over de animatie zijn de meningen verdeeld. Een deel vindt het afleidend. Ze letten meer op wat er geanimeerd wordt, dan wat er gezegd wordt. De meeste studenten vinden het juist prettig. Beeld en geluid ondersteunen elkaar, en dat vinden de studenten wel cruciaal om een animatie te laten werken. Met de animatie worden eventuele 'trekjes' van de docent weggenomen, waardoor de focus ligt op datgene wat je wil. Animaties kunnen ook kinderlijk worden ervaren, maar minder dan een rollenspel. Het mooie van een animatie is dat de aandacht makkelijk bij de video gehouden kan worden. En er is veel afwisseling mogelijk. 

Conclusie

Naar welk type kennisclip kijken studenten nou het liefst? Van de verschillende typen, geeft 64% aan het liefst te kijken naar een animatie, 36% kijkt het liefst naar de docent mits er ook gebruik gemaakt wordt van steekwoorden of een Powerpoint en 0% koos voor alleen een Powerpoint met een voice over. Voorbeelden tussendoor, zoals rollenspel, worden erg gewaardeerd, zowel voor het leerzame aspect als voor de afwisseling. Het geluid is eigenlijk het belangrijkst: er is goede kwaliteit nodig zonder achtergrondgeluiden. Een accent of een vervelende stem zijn afleidend. Verder wordt er nog opgemerkt: eigenlijk moet per onderwerp goed nagedacht worden welk type kennisclip het meest geschikt is. Het is niet zo dat één type kennisclip altijd werkt. 

Meer weten?

Op woensdag 8 maart verzorgt Charlotte Meijer, samen met studenten, een workshop tijdens de AnimatieMaakMarathon.
Schrijf je hier in

Auteur

Reacties

Dit artikel heeft 0 reacties