Onderwijsinnovaties verduurzamen: een goed idee verdwijnt sneller dan je denkt

“Goede ideeën ontstaan in het onderwijs voortdurend. Maar veel innovaties verdwijnen net zo snel als ze zijn geboren. Dat is zonde, en vaak ook te voorkomen.” Aan het woord is Peggy Lambriex-Schmitz, onderzoeker van het lectoraat en opleidingsmanager van de academie Logopedie bij Zuyd Hogeschool. Haar belangrijkste punt: veel innovaties gaan verloren, niet omdat ze slecht zijn, maar omdat ze het dagelijkse werk niet weten te overleven.  

Dat patroon is herkenbaar voor veel onderwijsprofessionals. Tijdens de SURF Onderwijsdagen op 12 november verkenden Peggy en collega Karian Salet precies die vraag: waarom lukt het zo vaak niet om onderwijsinnovaties duurzaam te verankeren? Maar vooral ook: wat kunnen teams en leidinggevenden anders doen? 

Peggy doet al jaren onderzoek naar onderwijsvernieuwing en innovatief werkgedrag van docenten. In haar promotieonderzoek Towards sustainable innovations: unravelling teachers’ innovative work behaviour kijkt zij niet naar innovatie als project of beleidsopgave, maar als iets wat zich afspeelt in het dagelijks handelen van docenten. 

Uit haar onderzoek blijkt dat docenten doorgaans sterk zijn in de eerste fases van innovatie. Ze zien kansen, bedenken ideeën, weten anderen te enthousiasmeren en brengen vernieuwingen in de praktijk. Toch gaat het vaak mis in een fase die minder zichtbaar is, maar cruciaal blijkt voor succes: het verduurzamen van ideeën. 

Het model innovatief werkgedrag 

Peggy ontwikkelde in haar proefschrift een vernieuwde kijk op innovatief werkgedrag. In haar onderzoek onderscheidt ze vijf fasen: 1) kansen verkennen, 2) ideeën genereren, 3) ideeën promoten, 4) ideeën realiseren, 5) ideeën verduurzamen. Juist die laatste fase, die veel teams overslaan, blijkt cruciaal voor succes. Pas wanneer een innovatie vanzelfsprekend onderdeel wordt van hoe een docent werkt, en wanneer systemen en randvoorwaarden meebewegen, blijft het idee overeind.  

“Als je een nieuwe werkvorm wilt inzetten maar telkens in een te klein lokaal wordt ingepland, dan kán het simpelweg niet,” vertelt Peggy. “Duurzaamheid vraagt dus niet alleen motivatie bij de docent, maar ook een omgeving die niet tegenwerkt.” 

Als je een nieuwe werkvorm wilt inzetten maar telkens in een te klein lokaal wordt ingepland, dan kán het simpelweg niet,

Peggy Lambriex-Schmitz

Door de fases heen: waar gaat het mis? 

Tijdens de OWD-sessie in Den Haag werkten deelnemers met de Duurzaam Innoveren Checklist (DIC), een hulpmiddel dat gebaseerd is op het promotieonderzoek. In groepen refelecteerden zij op hun eigen praktijk aan de hand van vragen over alle vijf fasen van innovatie. De gesprekken bij de posters waren levendig, veel deelnemers herkenden dat bepaalde logische stappen soms nog ontbreken.  

Een docent merkte op: “In onze organisatie krijgen we tijd om aan innovatie te werken. Maar in de hectiek van de dag wint het primaire proces toch vaak.”. Een ander gaf aan: “Eigenaarschap is prachtig, maar als de aanjager van een innovatie van functie wisselt, kan alles weer instorten. Dat zie je vaker dan je denkt.” Ook werd benoemd dat innoveren niet alleen gaat over nieuwe dingen doen, maar juist ook over loslaten. Door bewust te stoppen met bepaalde andere taken, ontstaat er meer ruimte voor vernieuwing. 

Van onderzoek naar praktijk: een tool voor teams 

De checklist is onderdeel van een groter valorisatietraject (2023–2025) waarin Peggy en Karian inzichten uit het promotieonderzoek vertalen naar de praktijk. Ze ontwikkelen tools en training waarmee teams beter zicht krijgen op de verschillende fasen van innovatie. In voorjaar 2026 verschijnt bovendien een boek bestaande uit drie delen, vanuit het lectoraat Professionalisering van het Onderwijs: over onderwijsontwikkeling, over pedagogiek & didactiek en over duurzaam innoveren. Karian: “Je ziet vaak dat teams wél ideeën hebben, maar niet helder hebben in welke fase ze zitten. Zodra dat duidelijk wordt, weten ze zelf beter wat een innovatie nodig heeft.” 

Wat helpt om innovaties wél vast te houden? 

Uit het onderzoek en de discussies tijdens de sessie blijkt dat drie dingen telkens terugkomen: 

  • Ruimte om te experimenteren: Docenten hebben tijd, veiligheid en ondersteuning nodig om iets nieuws uit te proberen.
  • Duidelijke keuzes: Innovaties gaan vaak mis omdat teams te veel tegelijk willen of omdat er te laat wordt nagedacht over borging.
  • Gedeeld eigenaarschap: Een innovatie blijft langer bestaan als meerdere mensen verantwoordelijkheid voelen – niet alleen de ‘enthousiaste kartrekker’. 

Peggy: “Innovaties worden niet duurzaam door toeval. Het vraagt bewuste keuzes, vanaf het allereerste begin.” De sessie eindigt met een glimlach. “Kom vooral eens langs bij ons in het zuiden,” nodigt Peggy de zaal uit. “Daar is altijd vlaai.” 

Blijf op de hoogte! 

Auteur

Reacties

Dit artikel heeft 0 reacties

Gerelateerde artikelen