Hoe minister Van Engelshoven bijdraagt aan de digitalisering van het onderwijs

“Digitalisering is een krachtig middel om de onderwijskwaliteit te verhogen”, aldus minister Ingrid van Engelshoven van OCW, die deelnam aan de opening van de SURF Onderwijsdagen 2020 op 7 en 8 december. Daaruit blijkt dat zij het met SURF en de onderwijsinstellingen eens is dat digitalisering de toekomst (en ook het heden) is. Tijdens het online gesprek stelden deelnemers in de chat vragen aan de minister. Helaas was er geen tijd om op alle vragen in te gaan, maar in deze blogpost lees je de antwoorden van de minister op de gestelde vragen.

Digitalisering van het onderwijs mogelijk maken én behouden

De minister bevestigde dat digitalisering in haar ogen een grote rol speelt in onderwijsvernieuwing. Natuurlijk wilden deelnemers van haar weten hoe het ministerie steun kan bieden in dit proces. Deze steun verloopt met name via het Versnellingsplan Onderwijsinnovatie met ICT en in het mbo via het Programma op Doorpakken Digitalisering (pDOD).

De minister zegt daarover: “Binnen onderwijsinstellingen werken veel enthousiaste docenten, experts en bestuurders aan meer innovatieve digitale leermiddelen. Deze ontwikkeling juich ik van harte toe. Om onderwijsinnovatie verder te stimuleren ondersteun ik het Versnellingsplan en pDOD financieel. Daarnaast zal ik, daar waar nodig, de uitkomsten van het Versnellingsplan en pDOD in het beleid verankeren en wil ik belemmeringen die instellingen ervaren bij innovatie wegnemen. Ik hoor graag van docenten, experts en bestuurders waar zij belemmeringen ervaren.”

De digitalisering van het onderwijs gaat extra snel in tijden van corona, maar ja, corona is - hopelijk - over enige tijd de wereld uit. Hoe zorgen we dan dat we al die ontwikkelingen bestendigen en niet terugvallen in de oude opzet. Volgens de minister zien studenten en docenten, naast gebreken, zeker ook de voordelen van digitaal onderwijs. “Ik heb er dan ook vertrouwen in dat we de goede ontwikkelingen zullen behouden”, aldus Van Engelshoven.

Minister van Engelshoven tijdens de SURF Onderwijsdagen 2020
Minister van Engelshoven tijdens de SURF Onderwijsdagen 2020

Extra middelen beschikbaar om werkdruk te verlagen

Om die ontwikkelingen te behouden, vinden vragenstellers het wel noodzakelijk dat docenten in het hoger onderwijs extra ruimte krijgen om hun onderwijs in zijn geheel didactisch opnieuw te herontwerpen. De werkdruk is namelijk al erg hoog in het hoger onderwijs, vinden ze. De minister ziet hiervoor een aantal concrete oplossingen: “Teaching and learning centers en ICT-professionals kunnen docenten binnen de instellingen helpen bij het innoveren van hun onderwijs. Hierdoor kan de docent zich focussen op de inhoud en de didactiek van het onderwijs. Daarnaast kunnen studentassistenten, servicemedewerkers en surveillanten ook van grote meerwaarde zijn bij het organiseren van onderwijs en hierdoor werkdrukverlagend werken. Om de inzet van bovengenoemde ondersteuners te stimuleren kunnen instellingen gebruikmaken van de zogenaamde ‘tijdelijke coronabanen’. Met dit initiatief stelt het kabinet middelen beschikbaar voor het hoger onderwijs en het mbo. Voor het hoger onderwijs is dat 20 miljoen euro, dat komt overeen met 1.200 voltijds fte voor een periode van 6 maanden (januari 2021 – eind juni 2021). Voor het mbo komt er een nog te bepalen deel beschikbaar van het totaal van 210 miljoen euro voor po, vo en mbo.”

Open leermaterialen stimuleren en samenwerking tussen docenten en experts stimuleren

De minister ziet ook de waarde van open leermaterialen, die een grote rol spelen in digitaal onderwijs. “Het gebruik en de ontwikkeling van open leermaterialen wil ik stimuleren. Daarom bestaat in het hoger onderwijs de stimuleringsregeling Open en online onderwijs al jaren. Die biedt veel ruimte voor projecten die gaan over het delen en hergebruiken van leermaterialen”. Een kritische vragensteller vraagt zich wel af hoe de minister denkt over het feit dat docenten materialen ontwikkelen, terwijl er specialisten zijn in onderwijsontwikkeling. Met andere woorden: hoe zorgen we dat de materialen echt bruikbaar zijn en niet bijvoorbeeld vol zitten met onderwijsmythen? Om dat te voorkomen is het volgens de minister van groot belang dat docenten en experts samenwerken bij het ontwikkelen van onderwijsmateriaal. Ze zegt: “In de subsidieregeling stimuleringsregeling Open en online onderwijs zien we dat er veel mooie projecten tot stand komen als die samenwerking goed verloopt. Ik wil daarom de samenwerking tussen docenten en experts vooral stimuleren.”

Publieke waarden in balans met innovatiekracht van big tech

Door de digitalisering van onderwijs maken mbo en ho instellingen steeds meer gebruik van de diensten van grote techbedrijven zoals Facebook en Google. Dat maakt het onderwerp publieke waarden heel actueel de laatste tijd. In het onderwijs vinden we publieke waarden zoals privacy, veiligheid, inclusiviteit en transparantie heel belangrijk. Maar die staan soms op gespannen voet met de waarden van de grote techbedrijven.

Van Engelshoven vindt het belangrijk dat de onderwijssectoren en OCW samen zoeken naar een balans: “Publieke waarden zijn van essentieel belang voor onderwijs en onderzoek. Aan deze waarden mogen we niet tornen, ook niet wanneer we in zee gaan met big tech. Tegelijkertijd kan de innovatiekracht van commerciële partijen heel waardevol zijn voor het onderwijs. Daarom moeten we een balans zien te vinden tussen enerzijds publieke waarden, standaarden en normen en anderzijds de innovatiekracht van big tech, commerciële uitgevers en EdTech. Ik geloof dat dit mogelijk is, maar het is wel van belang dat OCW en het onderwijsveld samen bepalen welke publieke waarden cruciaal zijn.”

Samenwerken om licentiekosten te beperken

Het onderwijs zal dus altijd wel gebruik blijven maken van commerciële dienstverlening. Een aandachtspunt daarbij is wel de hoge licentiekosten die vaak berekend worden. Kunnen we voorkomen dat die kosten steeds maar stijgen. Van Engelshoven: “Om dit soort problemen te voorkomen is het van belang dat wij als onderwijssector samenwerken. We moeten afspraken maken over de aanbesteding en inkoop van diensten en moeten ons collectief binden aan die afspraken. In zo’n afsprakenkader moet het overigens niet alleen gaan over de doelmatige besteding van middelen, maar ook over het borgen van eerder genoemde publieke waarden.”

Het is duidelijk: ook de minister van OCW maakt zich sterk voor digitalisering van het onderwijs, én voor de publieke waarden die we daarbij moeten verdedigen. Nogmaals dank aan Ingrid van Engelshoven voor haar bijdrage aan de SURF Onderwijsdagen 2020.

 

Author

Comments

Dit artikel heeft 0 reacties