Impressies van 4th summit Innovative Learning Spaces sept 2019 Barcelona

Voor de vierde keer werd dit interessante congres georganiseerd. De doelgroep is breed van elearningconsultant, bibliotheekmedewerker, architect, docent, opleidingsdirecteur tot facilitair medewerker.
Het congres duurt 2 dagen en heeft een doorlopend programma.

Het eerste jaar zagen we veel voorbeelden van vernieuwingen in ruimtes, het 2de jaar ging het ook over implementatie issues en voorbeelden van workshops voor projectleiders, het 3de jaar ging het ook al meer over de stakeholders meenemen in het voortraject van de ontwikkeling van een gebouw. En dit jaar was het een totaalplaatje.
Van de 140 internationale deelnemers kwamen er ruim 30 uit het Nederlands talige gebied.
Op verzoek van de SIG Learning Spaces hebben een aantal meegewerkt aan een impressie van dit congres dat hieronder vermeld staat.
In de bijlage hebben we ook het report van de voorzitter van het congres opgenomen waar alle presentaties kort beschreven worden.

Mocht je meer willen weten over dit jaarlijkse congres en belangstelling hebben om volgend jaar deel te nemen,  neem dan contact met mij op.
Marij Veugelers, voorzitter SIG Learning Spaces,
consultant Future Learning, HuisvestingsOntwikkeling Universiteit van Amsterdam.

Inmiddels is er ook een  videoverslag van het congres verschenen door de organisatie https://www.youtube.com/watch?v=I9vXFB-fnfQ

Gebruiksvriendelijker en technologisch eenvoudiger om niet alles tegelijkertijd te proberen combineren in één ruimte

Wat heb ik meegenomen van het congres?
Wat ik vooral onthou, is dat er weinig voorbeelden waren van virtual hybrid classrooms, i.e. een collaboratieve leerruimte in combinatie met multilocatieleren. Het is gebruiksvriendelijker en technologisch eenvoudiger om niet alles tegelijkertijd te proberen combineren in één ruimte, maar wel om duidelijk te kiezen voor ofwel een virtual classroom waarin een docent virtueel lesgeeft aan studenten op afstand (en dus niet aan studenten in de eigen ruimte), ofwel een collaboratieve leerruimte (zonder multilocatie). Deze opdeling geeft duidelijkheid aan docenten én studenten en maakt het mogelijk om de educatieve technologie van beide noodzakelijke toepassingen optimaal te ondersteunen en te benutten. Virtual hybrid classrooms kunnen voor beide doeleinden dienen, maar dus best niet tegelijkertijd.
Waar ga ik direct mee aan de slag?
We zijn bezig met een conceptnota Learning Spaces voor het universiteitsbestuur en gedragen door de verschillende betrokken diensten (IT, Docentenondersteuning, Technische Diensten, Bibliotheken, enz.). Dit is een eerste stap in de richting van een meerjarenplan en -beleid over dit thema. Ik neem bovenstaande conclusie alvast mee naar de evaluatie van onze gloednieuwe virtual hybrid classroom.
Peter Verbist, KU Leuven, hoofd Agora Leercentrum en projectmanager Learning Spaces  

Leerlingen mee laten denken

De case-study van de Universidad Camilo José Cela in Madrid sprak mij het meeste aan, omdat uit hun presentatie bleek dat zij informatie rondom onderwijsruimtes hebben ingewonnen onder de meest creatieve geesten onder ons: zij hebben onder andere leerlingen in de late basisschool leeftijd gevraagd om in groepsverband onderwijsruimtes te ontwerpen waarin zij het beste kunnen leren. De leerlingen deden dit op een actieve wijze door bijvoorbeeld meubels uit te tekenen in Sketchup alvorens ze met karton uit te werken als een prototype. Ook studenten zijn actief aan de slag gegaan met het ontwerpen van onderwijsruimtes. Enkele ideeën zijn daadwerkelijk gerealiseerd op de universiteit in het zogenaamde Designlab. Een mooi voorbeeld vond ik het ontwerp van enkele tafels waarin curves geïntegreerd werden, zodat studenten eenvoudiger kunnen samenwerken. Bovendien is het bij dit soort tafels makkelijk aan te schuiven als iemand in een rolstoel zit. Kortom, wanneer de expertise van leerlingen en studenten wordt ingezet op een manier dat ze aansluiten bij de behoefte van de universiteit kunnen mooie dingen ontstaan.
Jet Bierman, Universiteit van Amsterdam, Huisvestingsontwikkeling, consultant Future Learning

Flexibiliteit als ”least resistance”, “responsive” “adaptable”

Wat mij het meest is bijgebleven is het volgende:
Er wordt ons steeds gevraagd alle ruimtes zo “flexibel” mogelijk te ontwerpen, zodat ze “futureproof” zijn. Elke ontwerper weet dat een flexibele ruimte zeer duur is, en voor geen enkel gebruik echt goed. Daarom vond ik op een bepaald moment de correctie op het begrip “flexible” van Matt Davis bijzonder interessant: hij sprak over flexibiliteit als ”least resistance”, “responsive” “adaptable”. En dat zijn begrippen die wel ruimtelijk vertaald kunnen worden.
Barbara Adriaensen, Thomas More, projectleider masterplan Mechelen

Het actief willen worden van medewerkers en studenten en beleidsmakers en architecten

Wat heb ik meegenomen van het congres?
Ik heb meegenomen, dat er hoewel voldoende bewijs is dat activerend onderwijs echt beter werkt dan traditioneel onderwijs, dat niet voldoende argumentatie is om het ook echt voor elkaar te krijgen. Ik voerde eerder altijd als argument aan, dat activerend onderwijs ‘modern’ is en ‘de toekomst’ had, en begreep nooit veel van het in mijn ogen conservatisme van collega’s. Na dit congres begrijp ik echter beter dat het geen kwestie is van conservatisme of progressiviteit, maar dat het meer draait om het actief willen worden van medewerkers en studenten op dit vlak. Want hoewel dat is aangetoond dat studenten beter kennis verwerken in activerende lesvormen, is de werkelijkheid dat het meer inspanning vraagt van zowel studenten als docenten, en dat het bovendien ook andere kwaliteiten vraagt van docenten. Daarnaast moeten ook de beleidsmakers en architecten in beweging komen om risico’s te nemen. Er moet vaak meer geld worden uitgegeven en meer ruimte worden ingenomen om activerend onderwijs een plek te kunnen geven.
Nu begrijp ik beter dat het voor hen vaak comfortabeler is om te doen wat zij al deden. De KU Leuven heeft een mooie methode ontwikkeld om inzichten uit de pedagogiek en de ruimtes beter met elkaar te verbinden. Beleidsmakers, architecten en technici, werden door het project ALINA in verbinding gebracht met Docenten, studenten en onderwijsontwikkelaars. ALINA fungeerde daarbij als een vertaler en onderhandelaar. Ik vond dit echt een goede methode, heel vaak zie ik dat deze rol ontbreekt, waardoor deze twee groepen er nooit uitkomen met elkaar.
Waar ga ik direct mee aan de slag?
In REC H (Library) heb ik pasgeleden een studieruimte opgeleverd. We hebben deze studieruimte volledig ingericht met verrijdbaar meubilair, whiteboards en schermen. De tafels zijn opklapbaar. De ruimte kan ook gebruikt worden voor onderwijs. Ik heb meegenomen dat we gaan onderzoeken bij docenten hoe en wanneer ze deze ruimte zouden willen gebruiken en welke lesmethoden ze willen gaan toepassen. Ik wil de mogelijke lesvormen veel duidelijker gaan communiceren wanneer een docent deze ruimte reserveert, zodat hij of zij ziet wat er mogelijk is. En mogelijk werkt dat ook inspirerend. Dit wil ik blijven doen en de uitkomsten breed delen.
Marloes Wagtendonk, Universiteit van Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, beleidsmedewerker

De ruimte alleen is niet voldoende

Wat mij meeste opviel bij is gebleven –
De ruimte alleen is niet voldoende het gaat om de interactie tussen studenten, docenten, ruimte  en activerende vorm van ‘lesgeven’.
Studenten zijn niet dol op activerende lesvormen maar score hierdoor wel beter, Licht is heel belangrijk. Ga vooral aan de slag, wees creatief flexibel, pas aan waar nodig.
Stephanie van der Meer, Haagse Hogeschool,  Senior Lecturer Communication & Multimedia Design

Breakoutareas and forgotten spaces

Mijn belangrijkste inzicht was denk ik wel dat er ook breakout areas gemaakt moeten worden. En hoe belangrijk de forgotten spaces daarin zijn, de havens om terug te kunnen trekken.
Dit vind ik een mooie tegenhanger tegen de trend, omdat elke meter telt, elke meter ook ‘functioneel’ benut moet worden. En hoewel dat logisch is omdat we publieke middelen moeten verantwoorden, is dat dus niet bevorderlijk voor het studentwelzijn. (Vrij vertaald vanuit het Herman Miller onderzoek).
Dit inzicht gebruiken we nu (onder meer) in ons evaluatie-onderzoek naar innovatieve leeromgevingen.  
Tjerk Riemers, Fontys Hogescholen,  Educational Innovation Consultant

Een checklist van aandachtspunten samengesteld

Onze belangrijkste leerpunten samengevat:

  1. Betrek altijd de studenten bij bijna iedere ontwikkeling
  2. Atmosfeer en design vanuit 6 zintuigen
  3. Geef studenten goed kader zet ze aan het werk en ondersteun ze hierbij heel goed , stel deadlines, het moet hun urgentie worden etc. (hierbij onze eigen stud mws gebruiken)
  4. De UB moet veel sterker positie nemen in de ontwikkeling van (alle) learning spaces. De specialist blended learning moet veel sterker optreden. Minicongresjes voro de eigen instelling organiseren.)
  5. Zorg dat alle stakeholders van de instelling  op 1 lijn zitten
  6. Kijk naar technologische ontwikkelingen
  7. Makerspace: laat studenten (studentworkers) die runnen. Toegang tot ruimte met kaart etc.
  8. Beperk je niet tot de learning spaces.  Focus op alle studie gerelateerde ruimte

Dit alles is verwerkt in een checklist van 25 punten.
Carin Klompen, Universiteit van Maastricht, Afdelingsmanager Bibliotheeklocaties- en services
Fons van den Eeckhout

Vanuit de Haagse Hogeschool zijn een aantal visualisaties gemaakt die in de bijlage zijn opgenomen.
Phine van Doorne, Haagse Hogeschool, Head of Program Curricular Business Management Studies / Bedrijfskunde

Bijlage

Author

Comments

Dit artikel heeft 0 reacties