De juiste tools gebruiken met het Platform educatieve applicaties

Afgelopen zomer kondigden we de start van de proof of concept voor het project Platform educatieve applicaties aan. Hiermee wil SURF samen met instellingen komen tot een platform dat instellingen enerzijds helpt om inzicht te geven in het eigen applicatielandschap, en anderzijds docenten een helder overzicht bieden van de educatieve applicaties die binnen de eigen instelling beschikbaar zijn en docenten kunnen inzetten in het onderwijs.

Inmiddels is het einde van de proof of concept in zicht. Hoe is het project verlopen? En wat is nu precies het belang van een betere informatievoorziening? We spreken daarover met Michel Jansen, communitymanager bij SURF, en Marloes Derksen, projectleider/adviseur innovatief onderwijs bij het Teaching & Learning Center van de Universiteit van Amsterdam, die deelneemt aan de proof of concept.

Inzicht in het eigen applicatielandschap

Voor instellingen is het van belang om te weten welke educatieve applicaties bij de eigen onderwijsinstelling aangeschaft en gebruikt worden. Ze vinden het echter lastig om een eenduidig, volledig en actueel beeld van het eigen applicatielandschap te maken. Dit overzicht is vaak niet volledig, omdat applicaties niet alleen centraal aangeschaft worden, maar ook decentraal door bijvoorbeeld een faculteit of instituut. Of omdat gratis applicaties worden gebruikt. Dit heeft impact op de regie op de gebruikte applicaties, maar kan ook leiden tot interoperabiliteitsvraagstukken en mogelijke beveiligings- en privacyrisico’s. Instellingen willen beter weten welke applicaties gebruikt worden door hun medewerkers en studenten. Zodat ze hun docenten beter kunnen adviseren, en betere keuzes kunnen maken voor de aanschaf van tools. En zodat docenten makkelijker de juiste tools kunnen kiezen om beter onderwijs te bieden.

Welke applicaties kun je als docent (veilig) gebruiken?

Er zijn eindeloos veel educatieve applicaties die docenten kunnen en willen gebruiken bij hun onderwijs. Denk aan applicaties voor communicatie, (peer)feedback, toetsen, inleveren en beoordelen enzovoorts. Ze hebben ook steeds meer applicaties nodig, zeker nu veel onderwijs online plaatsvindt. Denk bijvoorbeeld aan videoconferencing. Maar welke applicaties kunnen ze nu gebruiken omdat deze al beschikbaar zijn bij de eigen instelling? Daarvan is nu geen helder overzicht. Dat is lastig voor docenten, maar ook voor ondersteunende afdelingen bij de instellingen die docenten adviseren over de didactische toepassing van applicaties.

Samenwerken voor betere informatievoorziening

Verschillende instellingen zijn de afgelopen jaren gestart met het ontwikkelen en/of publiceren van overzichten van educatieve applicaties voor hun eigen medewerkers. Daarbij komt vanuit de instellingen vaak de vraag op: kunnen we dit niet beter gezamenlijk doen? Door samen te werken kunnen de instellingen elkaar leren en efficiënter werken. En ook belangrijk: er zijn zoveel tools op de markt, dat je als instelling nooit een volledig overzicht krijgt. Door samen zo’n overzicht te maken, krijg je een veel completer beeld. Daarom is SURF samen met 6 instellingen in de zomer van 2021 gestart met de bouw van een proof of concept van het project Platform educatieve applicaties. De deelnemende instellingen zijn Universiteit van Amsterdam, Inholland, Hanzehogeschool Groningen, Universiteit Twente, Hogeschool Saxion en HAN.

Michel Jansen is communitymanager bij SURF en betrokken bij de proof of concept van het platform: “Als SURF vinden we het belangrijk om dit samen, op nationaal niveau aan te pakken. Niet alleen om de instellingen werk te besparen, maar ook omdat we geloven dat we beter online en flexibel onderwijs in Nederland bereiken met goede informatievoorziening. In de proof of concept ontwikkelen we daarom een gezamenlijk platform waarin informatie over educatieve applicaties samengebracht wordt, en geraadpleegd kan worden.”

Portretfoto van Michel Jansen
Michel Jansen

Proof of concept van het project Platform educatieve applicaties

Het concept van het platform bestaat uit verschillende views:  de analytics view, landscaping view en teacher tools view. De proof of concept van het project Platform educatieve applicaties richt zich op een kleinere scope van dit concept, namelijk om de landscaping en teachertools view te realiseren.

De Instellingen hebben de volgende stappen gezet:

  • Onderwijsinstellingen werken samen aan de algemene beschrijving van veelgebruikte educatieve applicaties en technische eigenschappen. In de proof of concept hebben 6 instellingen het werk verdeeld en gezamenlijk een lijst van 35 applicaties ingevoerd en via het platform met elkaar gedeeld.
  • Informatiemanagers maken een overzicht van het applicatielandschap voor de eigen instelling, waarmee ze de informatie op maat kunnen maken voor hun eigen instelling.
  • Docenten raadplegen voor eigen toepassing het instellingsspecifieke overzicht dat een goed beeld geeft van de educatieve applicaties die ze veilig en betrouwbaar kunnen inzetten. En welke educatieve applicaties afgeraden worden of die de instelling niet ondersteunt. Ze krijgen ook materiaal aangeboden dat ze helpt bij het inzetten van de educatieve applicatie, zoals reviews en good practices van andere gebruikers, of een link naar verdere ondersteuning.
Voorbeeld uit het platform Educatieve applicaties
Voorbeeld uit het platform Educatieve applicaties

Het platform, met een database die door de instellingen zelf gevuld wordt, krijgt een gemeenschappelijke basis met informatie over de functionaliteiten en (technische) specificaties van de educatieve applicaties en de leveranciers die deze applicaties leveren. Op het platform kunnen ook ervaringen over de educatieve applicaties gedeeld worden. Daarnaast is er een lokaal deel, waarin instellingen informatie kunnen zetten die specifiek is voor hun eigen situatie, zoals instructievideo's, ondersteuningspagina's en links naar de onderwijsondersteuners.

Overzicht voor docenten is de eerste stap

Vanuit de UvA is Marloes Derksen hierbij betrokken. Ze is projectleider en adviseur innovatief onderwijs bij het Teaching & Learning Centre (TLC) van de UvA, dat verantwoordelijk is voor de onderwijsondersteuning.

“Wij ondersteunen docenten om zo goed mogelijk onderwijs te geven. En daar hoort ook bij dat ze zich goed kunnen informeren over tools die ze kunnen gebruiken. Tools die we als UvA ondersteunen, die veilig zijn en waarvoor de privacy goed geregeld is. Een voorbeeld: veel van onze docenten gebruiken nog Mentimeter, een tool die we al een tijd niet meer beschikbaar stellen omdat we hem niet veilig genoeg vinden. Het is niet goed dat docenten die tool nog gebruiken, maar wel begrijpelijk: we bieden goede alternatieven voor Mentimeter, maar geen heldere en eenduidige informatie waardoor collega’s die tools ook weten te vinden.”

Marloes Derksen
Marloes Derksen

Centrale regie over informatievoorziening ontbreekt

Het ontbreken van centrale regie over informatievoorziening is een grote uitdaging voor de UvA. Er zijn momenteel een heleboel plekken binnen de universiteit waar informatie te vinden is over tools, zowel centraal als bij de faculteiten. Denk aan faculteitspagina’s, eigen tooloverzichten en algemene lijsten bij TLC centraal. En doordat centrale regie over deze informatie ontbreekt, komt het voor dat lijsten verouderd raken of elkaar tegenspreken. Marloes: “Dan staat in het ene overzicht dat we support leveren op een tool, en in het andere dat we die ondersteuning helemaal niet bieden. Geen wonder dat docenten zelf naar tools gaan zoeken op internet”.

Samen bereik je sneller goede resultaten

Marloes vindt het een goede zaak dat instellingen samen met SURF zo’n platform samen ontwikkelen. “Door er samen over te praten, brengen we elkaar op ideeën. En andere instellingen en SURF hebben een heleboel kennis die we niet zelf in huis hebben, of waar we door drukte van collega’s niet over kunnen beschikken. We komen door samenwerking sneller tot goede resultaten. En er is nog een voordeel: door dit landelijk aan te pakken, wordt het eindresultaat straks intern bij de UvA beter geadopteerd.”

Geen Google-account meer nodig

Michel: “We voeren momenteel een proof of concept uit voor het overzicht voor docenten. In de proof of concept draagt elke deelnemende instelling voor een aantal educatieve applicaties een algemene beschrijving aan. Met het platform kunnen de instellingen deze informatie toespitsen op hun eigen situatie en door de samenwerking kunnen ze daarbij nu al kiezen uit een lijst van 35 veelgebruikte applicaties. Docenten testen de portal in december 2021.”

Het platform is dus nog volop in ontwikkeling, maar op termijn moet het docenten echt gaan helpen om de juiste educatieve applicaties te kiezen. Marloes: “Ik sprak onlangs een docent die zei: ‘Als ik straks op 1 plek een overzicht heb van tools die ik kan inzetten, inclusief per tool een alternatief, dan hoef ik mijn Google-account niet meer te gebruiken.’ Met andere woorden: docenten gaan dan niet meer op eigen houtje tools gebruiken, met alle veiligheids- en privacyrisico’s van dien. Dat zal dus een hele stap voorwaarts betekenen.”

Los van het platform is er meer nodig om tot een goede informatievoorziening te komen. “Zoals gezegd zwerft de informatie nu rond en hebben we daar bij mijn afdeling geen regie over”, aldus Marloes. “We gaan nu dus bij alle faculteiten langs om dit te inventariseren, en te zorgen dat ze straks naar het nieuwe platform gaan verwijzen in plaats van zelf overzichtjes te blijven bijhouden.”

Vervolg in 2022

Over het vervolg van het project Platform educatieve applicaties zegt Michel: “Begin 2022 evalueren we de proof of concept en nemen we de bevindingen en aanbevelingen van de betrokken instellingen onder de loep. Het evaluatierapport en de aanbevelingen bespreken we met en toetsen we bij de deelnemende instellingen. Is de evaluatie positief, dan kijken we welke vervolgstappen we kunnen zetten.”

Meer weten?

Wil je meer weten over het project Platform Educatieve Applicaties, of op de hoogte gehouden worden van de ontwikkelingen? Neem dan contact op met Jasmijn Jacobs-Wijn, programmamanager Onderwijs- en toetsomgeving (jasmijn.jacobswijn@surf.nl) of Michel Jansen, communitymanager (michel.jansen@surf.nl). Of kijk op www.surf.nl/project-educatieve-applicaties.

Auteur

Reacties

Dit artikel heeft 5 reacties

Als antwoord op door Sandra de Zeeuw

Reactie van Michel Jansen

Dag Sandra. Ja, er is zeker nieuws. Het platform is besproken bij het CSC-HBO overleg. Daarna is mijn collega Pytrik Dijkstra bezig met een vervolg. Ik zal hem vragen je te updaten.
Michel

Als antwoord op door Michel Jansen

Reactie van Pytrik Dijkstra

Hi Sandra,

Intussen ben ik sinds begin deze maand bezig met het opstarten van een verkenning voor een vervolg van PEA, en leid ik dit. Wat houdt dit in?

We gaan kijken naar wat er binnen SURF al is of komt, zoals SURFspot, SURFcumulus Application Delivery en SURFmarket, en onderzoeken wat de raakvlakken zijn en waar we elkaar kunnen helpen om de functionaliteiten van PEA onder te brengen en een geheel van te maken. Ook zijn we bezig om met wat marktpartijen te praten die met een soortgelijk iets bezig zijn, Kennisnet, en instellingen die een dergelijk platform zelf hebben opgezet.

Wij gaan eerst naar deze twee facetten kijken, alvorens we overgaan op het daadwerkelijk verdergaan met de ontwikkeling van het platform. Ook met het oog op de NPuls, waarbij we op grote schaal deze samenwerkingen willen verkennen om op die manier hopelijk te voorkomen dat er veel geïsoleerde platformen komen, maar juist meer een geheel van willen maken.

De pilot zal dan ook (nog) niet starten, maar we verwachten wel de komende maanden met concrete vervolgstappen naar buiten te treden. Naar alle waarschijnlijkheid zullen we daarbij de hulp kunnen gebruiken van instellingen die hier ideeën bij hebben en potentie in zien. Als jullie vanuit de UvA interesse hebben om daar een bijdrage aan te leveren, geldt overigens ook voor andere instellingen die dit lezen, dan kun je mij mailen via: pytrik.dijkstra@surf.nl.

Gerelateerde artikelen