Digitaliseringsimpuls Onderwijs: een nationale ict-infrastructuur

In de Digitaliseringsimpuls Onderwijs, het innovatieprogramma waarvoor MBO Raad, Vereniging Hogescholen, Universiteiten van Nederland (voorheen VSNU) en SURF 560 miljoen euro ontvingen uit het Nationaal Groeifonds, en waaraan ze zelf nog eens 43 miljoen eur inkind bijdragen, proberen we zoveel mogelijk de krachten in het mbo, hbo en wo te bundelen. Dat betekent dat we veel op nationaal niveau gaan samenwerken. Bijvoorbeeld in de nationale ict-infrastructuur

In de Digitaliseringsimpuls Onderwijs stellen we de lerende centraal. We willen ervoor zorgen dat alle lerenden drempelloos kunnen studeren aan de onderwijsinstelling van hun keuze, zonder administratieve hobbels. Die hobbels zijn er nu vaak wel, bijvoorbeeld als lerenden een (bij)vak of een minor aan een andere instelling willen volgen.

Die hobbels zijn er, omdat onderwijsinstellingen hun eigen informatie- en applicatie-architectuur hebben. Er is nu nog geen samenhangen interoperabiliteit tussen de ICT-voorzieningen en data. Ook de markt werkt niet mee: marktpartijen houden interoperabiliteit in hun eigen platform, maar niet van intra operabiliteit met andere diensten. Zoek ook eens op de artikelen die José van Dijck daarover schreef.

Ook willen we dat lerenden en docenten gemakkelijk gebruik kunnen maken van verschillende ict-voorzieningen, en er zeker van zijn dat die veilig zijn, en de privacy van gebruikers beschermen. We willen ervoor zorgen dat alle informatie die nodig is voor leren en onderwijzen op 1 plek beschikbaar is, ook al studeer of doceer je aan verschillende instellingen.

Met de nationale ict-infrastructuur willen we een aantal voordelen behalen:
1. door samen te werken bundelen we schaarse expertise. Dat betekent dat heel goede ict-ers, zoals architecten, experts op het gebied van standaarden en ontwikkelaars werken voor alle onderwijsinstellingen, en niet voor 1. Omdat we echt innovatieve en baanbrekende plannen hebben (nationale samenwerking op dit gebied is echt uniek), hopen we echt goede mensen aan ons te kunnen binden.
2. door samen te werken bundelen we schaarse middelen. Ok, 560 miljoen is een astronomisch bedrag, maar de klus die we met elkaar te klaren hebben is ook echt enorm. Als er het geld onder de 113 instellingen zouden verdelen, die het elk naar eigen inzicht zouden kunnen besteden, kunnen we onze ambities niet realiseren. Door samen op trekken blijft het nog steeds een grote uitdaging, maar is het wel mogelijk.
3. door samen te werken bundelen we ons eisenpakket. Als onderwijsinstellingen niet apart nadenken over de voorwaarden die ze stellen aan ict-voorzieningen in het onderwijs, maar dat samen doen, krijgen ze een sterke onderhandelingspositie. En dat

is nodig. Want de publieke waarden die het mbo, hbo en wo moeten beschermen staan door de opkomende platformisering onder druk.
De basis van die nationale ict-infrastructuur zijn de HOSA en de MOSA, de Sector Architecturen voor mbo, hbo en wo. In die sectorarchitecturen wordt een toekomstvisie van de ict-infrastructuur geschetst. Die visie was er voordat we met het schrijven van de aanvraag begonnen. De middelen van het Nationaal Groeifonds bieden de sector de mogelijkheid die visie echt te realiseren.

En dat betekent dat de sector veel meer eigen regie neemt. Niet meer vooral als klant van een leverancier, maar als regisseur. Die duidelijk aangeeft aan welke voorwaarden ict-voorzieningen moeten voldoen. Interoperabiliteit is een heel belangrijke. In het bepalen van die voorwaarden spelen publieke waarden ook een heel belangrijke rol. Lees er de waardenwijzer van SURF en Kennisnet nog eens op na. Daarin hebben we de waarden die belangrijk zijn voor het onderwijs op een rij gezet.

De nationale ict-infrastructuur is een uniek project. Niet eerder hebben onderwijsinstellingen de ambitie uitgesproken om op de ict-infrastructuur zo intensief te gaan samenwerken. Het is slim, want je kan je krachten bundelen, in geld, menskracht en onderhandelingskracht. Ik ken nog geen voorbeelden van zo'n grootschalige landelijke samenwerking uit het buitenland. Het is overigens wel heel belangrijk om samen te werken met andere landen. Want alleen dan kan je echt de lerende centraal stellen. De opleiding van een lerende houdt zich steeds minder aan landsgrenzen. We doen er daarom ook alles aan om die samenwerking en afstemming, in elk geval binnen Europa, goed te organiseren.

De ict-infrastructuur staat klaar als de transformatiehubs (ook daar schreef ik al eens eerder over een idee hebben voor ict-voorziening. Daar wordt dan de afweging gemaakt hoe die voorziening er het beste uit kan zien, hoe die kan samenwerken met andere, al bestaande voorzieningen, hoe er optimaal met de markt kan worden samengewerkt, maar wel onder onze voorwaarden, en wat die voorwaarden dan zijn. Door dat op 1 plek te organiseren, kunnen we zorgen voor een samenhangend dienstenpakket.

We richten ons ook op implementatie binnen instellingen. Want nationale afspraken zullen lokaal geimplementeerd moeten worden. Hulp en ondersteuning daarbij wordt vanuit de ict-infrastructuur georganiseerd. Zodat we daar de kennis kunnen bundelen, en die slim kunnen inzetten voor alle 113 instellingen.

      Auteur

      Reacties

      Dit artikel heeft 0 reacties