De transitieagenda als nieuw perspectief voor innovatie van het onderwijs

Dit artikel heeft 0 reacties. Praat mee

Derk Loorbach presenteerde namens Drift en het Versnellingsplan de transitieagenda ‘Leren Digitaliseren’ op de SURF Onderwijsdagen in Den Bosch. Als mede ondertekenaar laat ik graag mijn licht schijnen op de kansen die digitalisering het hoger onderwijs biedt, en waarom we juist nú het gesprek met elkaar moeten aangaan.

Digitalisering als oplossing voor complexe problemen

Er is al een tijd een transitie gaande in het hoger onderwijs. Onze maatschappij verandert en digitaliseert en het onderwijs moet daarin meegaan. De afgelopen jaren is er veel geëxperimenteerd en onderzocht op het gebied van digitalisering van het hoger onderwijs. Dat heeft veel goeds en bruikbare inzichten opgeleverd. Dankzij de coronacrisis is digitalisering van het onderwijs bovendien in een stroomversnelling geraakt. Er is momentum voor de vernieuwing waar het Versnellingsplan Onderwijsinnovatie met ICT al drie jaar mee bezig is. Het is 2022 en het Versnellingsplan gaat het laatste jaar in. Hoog tijd dus om terug te kijken en ons af te vragen: Waarom doen we dit? Maken we nog de juiste keuzes?

De maatschappij verandert en de behoeftes op het gebied van hoger onderwijs veranderen mee. We willen flexibeler onderwijs bieden en aansluiten op de veranderende arbeidsmarkt. We willen de onderwijskloof dichten, kansenongelijkheid tegengaan en het onderwijs toegankelijker maken. De vraag is hoe digitalisering ons bij die problemen en uitdagingen gaat helpen. Vaak kijken we naar digitalisering van het onderwijs vanuit de gedachte: wat kunnen we daarmee? Maar een kanteling in perspectief is nu nodig, het perspectief van: welke persistente problemen in het onderwijs kunnen we met digitalisering helpen oplossen?

De transitie is al begonnen; hoe geven wij die vorm?

Om vanuit die invalshoek naar digitalisering te kijken, is het nodig dat we uitzoomen en beseffen dat we ons in een transitie bevinden. Die transitie hebben Drift en het Versnellingsplan geschetst in de transitieagenda ‘Leren Digitaliseren’.Elke transitie verloopt volgens een aantal fasen, dat is op zich een geruststellende gedachte. De vraag is dan ook niet óf het onderwijs gaat veranderen door de digitalisering van de maatschappij. De vraag is wannéér. Want hoewel niet iedereen dat beseft, zitten we al middenin die transitie. Nu is echter het moment om daar zelf vorm aan te geven, om na te denken welke kant wij willen dat deze verandering opgaat.

‘Leren digitaliseren’ als praatstuk voor de discussie

De transitieagenda wil het gesprek aanzwengelen en het perspectief kantelen. Dat maakt het stuk voor sommigen misschien niet concreet genoeg. Voorlopers en innovators (‘friskijkers’ en ‘dwarsdenkers’) binnen onderwijsinstellingen hebben al woorden gegeven aan de digitaliseringstransitie. Maar nog niet iedereen is zo ver. De transitieagenda heeft niet alle antwoorden, maar roept wel de vragen op die we nu nodig moeten gaan stellen. En biedt een kapstok om het gesprek aan te gaan over hoe digitalisering ons onderwijs gaat helpen en welke grenzen we stellen. Vorig jaar nog werd er een motie in de Tweede Kamer aangenomen die stelt dat het hoger onderwijs fysiek moest plaatsvinden. Dat maakt duidelijk dat het gesprek over digitalisering nog op heel veel niveaus gevoerd moet worden. De transitieagenda biedt daarvoor kaders en leidende principes.

Foto door Tim Marshall via Unsplash

Auteur

Reacties

Dit artikel heeft 0 reacties