Blended onderwijs in de praktijk: de 6 belangrijkste conclusies

Hoe ziet blended onderwijs eruit in de praktijk? Hoe geven docenten dat vorm? Afgelopen jaar namen we je mee in een reeks inspirerende voorbeelden van blended onderwijs in de praktijk. We blikken terug met de zes belangrijkste tips en conclusies.

1. Fysiek of online: elk hun eigen doel

Tijd fysiek met elkaar doorbrengen is schaarser en onzekerder geworden, dus moeten we die tijd goed besteden. De docenten die we voor deze reeks spraken, kiezen er allemaal bewust voor om bepaalde onderwijsactiviteiten fysiek te laten plaatsvinden, en andere online (en soms asynchroon) te doen. In hun afwegingen houden sommige docenten ook rekening met de voorkeuren van studenten. Zo worden in de mixed classroom van Marlies Brinkhuijsen de interactieve onderwijsactiviteiten niet per definitie fysiek gegeven. Om ruimte aan introvertere studenten te bieden, vinden deze afwisselend online en offline plaats. Bij docent Marleen Verstege werken de fysieke werkcolleges Genetica voor studenten juist als motivator om de andere activiteiten online te kunnen doen. En in de werkcolleges was er om ruimte om de diepte in te gaan en te discussiëren, omdat de kennisoverdracht online plaatsvindt.

2. Sociale interactie is belangrijk

We kunnen inmiddels wel stellen dat geen enkele vorm van onderwijs zonder sociale interactie kan. Dat komt ook duidelijk naar voren in de artikelen uit deze reeks. Bij fysiek onderwijs vindt sociale interactie meer vanzelf plaats. Bij online onderwijs moet je daar bewuster aandacht aan besteden en tijd voor inruimen. Zo ook bij het vak Beroepsproduct dat Martijn Koops heeft herontworpen op basis van Gamedidactiek. Studenten moeten een onderwijsproduct ontwerpen en daar literatuuronderzoek naar doen. Nagenoeg de hele cursus vindt online (en asynchroon) plaats en daarom krijgen de studenten elke keer snel formatieve feedback. Zodat ze zich gezien en gehoord voelen, en gemotiveerd blijven.

3. Durven experimenteren (en falen)

Het belang van durven experimenteren komt duidelijk naar voren uit de ervaringen van de docenten die we spraken. Alleen is er wel wat voor nodig om te dúrven experimenteren: vertrouwen in je eigen kunnen, en het vertrouwen en de ruimte van je manager en onderwijsinstelling. Bij alle voorbeelden in deze reeks ging er wel iets mis, lukte er iets niet of moest de onderwijsopzet worden bijgesteld, benadrukten de docenten die we spraken. Het is soms een kwestie van uitproberen, trial and error. Zoals Jana Vyrastekova (gepersonaliseerd wiskundeonderwijs) benadrukt: “Verwacht niet meteen perfectie, want het is een leerproces.” Daarmee ben je direct een rolmodel voor studenten; een leerproces is immers ook wat we van hen verwachten. Durven experimenteren (en falen) is bovendien een belangrijke docenteigenschap bij de implementatie van blended onderwijs, zo blijkt uit onderzoek.

4. In gesprek met je studenten

Je studenten vragen wat voor hen goed werkt, wat ze van de opzet vinden. Het belang van in gesprek gaan met je studenten komt duidelijk naar voren, en de docenten die we spraken benadrukten dit keer op keer. Het lijkt zo voor de hand liggend, maar soms vergeten we hoe belangrijk het is om studenten vanaf het begin te betrekken in een nieuwe opzet.

5. Goede ondersteuning is cruciaal

Je hebt elkaar nodig om innovaties in de praktijk door te voeren, benadrukken Jana Vyrastekova (gepersonaliseerd wiskundeonderwijs) en Marlies Brinkhuijsen en Sarah de Vries (mixed classroom). Goede ondersteuning van ICT-experts en onderwijskundigen is cruciaal. En het is belangrijk dat je met gelijkgestemden aan de slag gaat en hetzelfde doel nastreeft. Bij Vyrastekova leverde dat bovendien op dat haar team dichter tot elkaar kwam. Onderwijskundige Sarah de Vries en docent Marlies Brinkhuijsen leerden juist van elkáár, door samen te werken aan de innovatieve opzet van de mixed classroom.

6. Studenten bepalen (deels) hun eigen leertempo

Autonomie is een van de pijlers van intrinsieke motivatie, zoals misschien bekend. In de voorbeelden van blended onderwijs in deze reeks komt het eigen leertempo ook als een belangrijk punt naar voren. Zoals bij het gepersonaliseerde wiskundeonderwijs bij Economie: studenten maken in hun eigen tempo opgaven, krijgen daarop direct gerichte feedback en kunnen eindeloos oefenen. Maar ook de filmpjes en kennisclips van het vak Genetica, die studenten zo vaak kunnen bekijken als ze willen. En natuurlijk de opzet van het vak Beroepsproduct. Studenten werken in hun eigen tempo aan het vak, waar en wanneer ze maar willen. Een blended onderwijsontwerp maakt het studeren in eigen tempo juist goed mogelijk.

Studenten zijn positief…en docenten ook

Uit alle vier de voorbeelden van blended onderwijs in de praktijk die we hier deelden kwam het naar voren: studenten waren overwegend positief, en vaak zelfs enthousiast. Natuurlijk ging daar een en ander aan vooraf: uitproberen, soms tegenvallende resultaten, studenten betrekken en het onderwijs weer bijstellen waar nodig. Er kan veel komen kijken bij blended onderwijs (her)ontwerp in de praktijk. Wie rekening houdt met bovenstaande zes tips, komt al een heel eind.

Tot slot: bij alle docenten die we spraken spatte het plezier en enthousiasme ervan af. Gevraagd naar wat hun onderwijsinnovatie in de praktijk heeft opgeleverd, noemen ze stuk voor stuk ‘meer werkplezier’. En misschien is dat ook niet zo gek, want het lijkt een simpele optelsom. Positieve studenten en betere leerresultaten, plus een beter passende cursus, plus goede ondersteuning en afstemming met collega’s = meer werkplezier.

Meer lezen

Lees hier alle artikelen in de reeks ‘Blended onderwijs in de praktijk’ terug:

Heb je zelf een inspirerend voorbeeld van blended onderwijs in de praktijk? Of wil je je ervaringen delen met gelijkgestemden? Laat hieronder een reactie achter! 

Foto door Clark Van Der Beken via  Unsplash

Auteur

| Onderwijskundig schrijver | community coach @ HvA | Taal, onderwijs…

Reacties

Dit artikel heeft 2 reacties