Terugblik: webinar 1,5-meter-campus

Terwijl de coronamaatregelen langzaam versoepeld worden, blijft de 1,5-regel van kracht. Het hoger onderwijs hoopt in september weer (beperkt) naar de campus te  kunnen, maar dat moet dan wel op 1,5 meter afstand van elkaar. Hoe moet dat er uitzien? Daarover gaat het webinar van vandaag. We gaan hierover in gesprek met een aantal experts. We organiseren het webinar vanuit de Vraagbaak Online Onderwijs, initiatief van het ComeniusNetwerk, SURF en het Versnellingsplan, in samenwerking met de Special Interest Group (SIG) Learning Spaces

Host: Michel Jansen (SURF) | Chatmoderatie: Marij Veugelers (UvA)

Wil je het webinar terugkijken? Dat kan hier. De vragen en antwoorden uit de chat komen staan hier.

Sprekers

De vier sprekers van vandaag lichten ieder een ander aspect toe van de 1,5-meter-campus. Huib Langenberg (HAN) gaat in op het onderwijskundig perspectief. Jelco Debets (Fontys) gaat in op het facilitymanagement. Vanuit de bibliothekenwereld licht Wilma Goossen (UvA/HvA) de situatie toe en Jasper van Winden (UU) kijkt vast vooruit naar de langere termijn. 

Huib Langenberg (HAN)

Download hier de presentatie van Huib

We schakelen eerst over naar het oosten van het land. Huib Langenberg is adviseur Leren en ICT bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en hij presenteert live vanaf de HAN-campus in Arnhem. “Er wordt hier al hard gewerkt voor beperkte openstelling vanaf 15 juni,” vertelt hij. Hij en zijn collega’s zijn momenteel met name met docenten in gesprek: hoe gaan we vanaf september mooi hybride onderwijs vormgeven? Hij neemt ons mee in het proces dat hij de afgelopen maanden heeft doorlopen.

“Natuurlijk wil ook ons CVB zich houden aan de richtlijnen van het RIVM om 1,5 meter afstand te houden,” vertelt Huib. “Roostermakers hebben berekend hoeveel mensen er in dat geval in de lokalen mogen. Daar moeten we het mee doen. Daarnaast hebben we er een prioritering meegegeven. De eerste prioriteit is tentaminering en examinering, op twee staat vaardigheidsonderwijs en praktijkonderwijs en als derde willen we ook kwetsbare studenten waar mogelijk ontvangen op de campus.” Vanaf september verleggen Huib en zijn collega’s de focus naar het (ver)binden van studenten, maar wat online kan, blijft online.

Om verder te kijken hoe het onderwijs ingericht kan worden, gebruikt Huib de didactische scenario’s beschreven door Barend Last van de Universiteit Maastricht. Barend heeft in een blog aantal scenario’s geschreven, variërend van fysiek, naar blended, naar volledig online onderwijs. “Die scenario’s leven heel erg binnen onze hogeschool,” vertelt Huib. “Dadelijk moeten we de campus zien te vullen terwijl we beperkte capaciteit hebben. Die beperkte capaciteit betekent iets voor de onderwijsactiviteiten. Hoorcolleges zullen er heel beperkt zijn, dus we gaan inzetten op binding en klein groepjes.”

Huib is ook lid van de SIG Learning Spaces, waarbij hij zich ook bezighoudt met het inrichten van lokalen. Hij noemt dit het lokaal 3.0, waarbij gebruik gemaakt wordt van audiovisuele middelen. Er hangt bijvoorbeeld een webcam achterin het lokaal, zodat studenten ook thuis mee kunnen doen. Maar het gebruik hiervan zit nog niet in het systeem van de docenten volgens Huib. 

Met zijn collega Marijn Post werkt Huib nu vanuit wat voorheen een model voor deeltijdonderwijs was. Ze proberen vragen te beantwoorden als: Hoe zit leren op afstand in elkaar? Wat kan je op de werkplek doen, wat kan je thuis doen en wat op de campus? Huib: “Alles wat je kan verschuiven naar de werkplek of online, creëert ruimte op de campus voor contactonderwijs. Er is niet één model dat altijd van toepassing is. Derdejaars zijn bijvoorbeeld veel op stage, dus leren op de werkplek past daar heel goed. In het eerste jaar is binding en face-to-face-contact juist wel belangrijk. Je ziet daarom variatie ontstaan in keuze van modellen.”

Verder hebben Huib en collega’s ook docenten en studenten gevraagd waarvoor ze het liefst naar de campus komen. Studenten benadrukken het belang van elkaar ontmoeten. Een hoorcollege volgen kan ook prima thuis. Docenten willen ook graag de interactie. Ze missen het informele contact in de gangen. De focus voor komend studiejaar zal qua fysiek onderwijs daarom liggen bij werkgroepen, terwijl de colleges online gegeven kunnen worden. 

Tot slot laat Huib het onderstaande model van Avans Hogeschool zien (bron: Flexibele onderwijslogistiek, SURF). Dit model geeft vier variabelen die van invloed zijn op je keuze voor het soort onderwijs, namelijk: studeerbaarheid, doceerbarheid, organiseerbaarheid en betaalbaarheid. Hij noemt het de ‘kritische coronadriehoek’. “Ga ik drie keer het zelfde lesje doen voor drie apart groepen? Of laat ik iedere week een groep komen en volgt de rest de les online? Dat is het soort vragen waar je over na moet denken bij het inrichten van flexibel onderwijs."

Model flexibel onderwijs (Avans Hogeschool)
Model flexibel onderwijs (Avans Hogeschool)

Jelco Debets (Fontys)

Download hier de presentatie van Jelco

Onze tweede spreker is Jelco Debets. Hij werkt bij Fontys Hogescholen en is consultant Facility Management . Jelco gaat het hebben over kaders en scenario’s. In zijn rol als adviseur krijgt Jelco momenteel vaak de vraag ‘wat mag er weer in september?’ Die vraag blijkt vaak neer te komen op de vraag hoeveel mensen er in de ruimtes mogen. “In afstemming met het onderwijs vullen we gebruik ruimtes in,” vertelt Jelco.

Jelco: “Bij Fontys is er een herstartplan gemaakt. Ook wij houden ons aan de richtlijnen. Vanaf 15 juli staan er zo’n 600-800 toetsen gepland. We waren er vooral op gefocust om die door te laten gaan, om studievertraging te voorkomen. Vanaf 24 augustus zou normaal de introductieweek starten met 10.000 studenten. We kijken nu met marketing en communicatie hoe we dat vorm gaan geven en ook hoe we daarna weer onderwijs gaan opstarten in de verschillende gebouwen.”

Afstand houden is daarbij natuurlijk heel belangrijk. Jelco vertelt: “Tot 15 juni geldt bij Fontys dat je alleen binnenkomt op uitnodiging, bijvoorbeeld voor een toets, een gesprek met een studiebegeleider of andere individuele afspraak. Daarbij focussen we op de doorstroming bij binnenkomst en zijn er looproutes aangegeven in alle gebouwen. Ook staat er staat aangegeven met hoeveel mensen je naar binnen mag per ruimte en we weten dus vooraf wie er gaat komen. Om naar de tweede fase te gaan, hebben we externe locaties geregeld voor toetsen met maximaal 100 personen.”

De kaders zijn inmiddels dus gemaakt. Per ruimte en gebouw is helder weergegeven hoeveel mensen er naar binnen mogen en binnen die kaders organiseren instituten hun eigen activiteiten. Verder heeft Fontys lokale crisisteams, waar ook de facilitymanagers van de gebouwen bij betrokken zijn. Binnen de kaders moeten de instituten nu dus hun onderwijs gaan vormgeven. “Soms is het onderhandeling,” vertelt Jelco, “Wie mag wanneer van de ruimtes gebruik maken?”

Verder monitort Fontys ook het gebruik van de ruimtes. Ze hebben daarvoor een tool, gemaakt door 12CU. Jelco: “Op basis van wifi-data weten we hoeveel mensen er aanwezig zijn. Daar kunnen we vervolgens eventueel actie op ondernemen, maar uiteindelijk nemen de directeuren van de opleidingen de beslissingen over het onderwijs.”

Jelco sluit af met een aantal uitdagingen die hij ziet. Los van operationeel inrichten van je ruimtes, vraagt hij zich af: hoe leer je nou goed en hoe borg je dat, zodat je hiermee in volgende fase je voordeel kan doen? “We hopen dat ontmoeten, los van roosters, ook weer gaat kunnen.” Daarnaast ziet Jelco een spanningsveld tussen de eigen verantwoordelijkheid van medewerkers en studenten en reguleren. “Je kan van alles aangeven en organiseren, maar je wilt ook geen politieagent zijn. We willen ook ruimte bieden voor ontmoeting,” vertelt hij. Tot slot ziet Jelco iets verder in de toekomst nog een uitdaging: passen de ruimtes bij het onderwijs? Voor facilitaire dienstverlening zoals eten en drinken op de campus en repro zijn contracten afgesloten op basis van heel andere aantallen studenten en medewerkers. Jelco: “We zien een uitdaging om daar nieuwe passende dienstverlening voor te ontwikkelen. De customer journey van studenten en medewerkers zal doorlopend aangepast moeten worden.”

Een vraag uit de chat: “Hoe gaan jullie ermee om dat onduidelijk is hoe het OV eruit gaat zien?” Jelco: “We gebruiken hiervoor verschillende scenario’s. Je gaat kijken hoe je dat kunt inrichten. Er zijn nu venstertijden voor toetsen, maar hoe we dat straks gaan doen, dat is een van die dingen die op basis van scenario’s vorm moeten krijgen. We focussen pas volgende week op de periode na 1 september.”

Nog een vraag uit de chat: “Kun je iets zeggen over faciliteren van praktijkexamens? Hebben jullie daarvoor extra maatregelen getroffen?” Jelco: “Dat zit echt bij opleidingen, wij zijn van de kaders, we zorgen voor veilig gebruik van de gebouwen, maar de afstemming met het onderwijs is heel specifiek. We hebben zo’n grote diversiteit aan praktijkruimtes, bijvoorbeeld voor sport, kunsten, behandelkamers, dus dat is maatwerk. Wij zorgen voornamelijk dat ze naar ruimtes toe kunnen.”

Dan nog een vraag over het monitoren van de gebouwbezetting: “Kijk je ook real-time om in te kunnen grijpen?” Jelco: “Ja, we vragen iedereen bij binnenkomst om in te loggen op de wifi, dus we zien de real-time bezetting met 10 minuten vertraging. We kijken ook naar de planning, hoeveel mensen waren er verwacht? Hoe kan het dat er meer mensen aanwezig zijn? Op dat moment proberen we dat op te lossen, dus live kijken doen we zeker.”

En hoe zit het met bewegen door een ruimte? “Ga je ook rekening houden met lopen door ruimte of ga je uit van zittende mensen?” Jelco: “We kijken ook naar looproutes. We laten mensen bijvoorbeeld niet dezelfde kant op lopen, dus we kijken ook naar de dynamische situatie, hoewel het merendeel van de tijd de situatie statisch is. Maar bij toetssituaties moet je moet wel 1,5 meter afstand langs iemand kunnen lopen.”

Wil je meer weten over het real-time monitoren van bezetting en gebouwenbeheer? Op dinsdag 16 juni is er een webinar over Building Intelligence Software. Daar zal onder andere 12CU presenteren.

 

Wilma Goossen (bibliotheek UvA/HvA)

Download hier de presentatie van Wilma

We schakelen door naar Wilma Goossen, afdelingshoofd Binnenstad en diensteigenaar klantenservice bij de bibliotheek van de HvA en UvA. Haar verhaal is vooral praktisch en beschrijft hoe de bibliotheek zichzelf opnieuw heeft moeten vormgegeven door de coronamaatregelen.

Wilma trapt af met een overzicht van wat de bibliotheek precies doet. De bibliotheek is verspreid over drie campussen, in verschillende gebouwen en biedt zo’n 4300 samenwerkings- en studieplekken. “In de centrale UB hebben we zelf veel te vertellen, maar in andere gebouwen hebben we ook met andere gebruikers te maken,” vertelt Wilma. “Op de campus leveren we verschillende diensten, zoals de studieplekken, maar we lenen ook fysieke boeken uit, per maand zo’n 10.000, en we organiseren workshops en evenementen. In het kader van deze webinar zal ik het vooral hebben over het gebruik van de studieplekken.”

Momenteel volgt de bibliotheek de richtlijnen van het RIVM, het VSNU-protocol en het protocol van de UvA en een eigen planning voor heropening.  Wilma: “Vanaf 16 maart waren we grotendeels gesloten en werd alles geconcentreerd op de centrale UB. Vanaf 6 april moest alles dicht. We ontvingen veel noodkreten van studenten, zoals studenten die afgeleid werden thuis, bijvoorbeeld door buren die aan het verbouwen waren, of studenten die niet bij hun ouders konden gaan zitten omdat die tot een risicogroep behoren. We hebben toen besloten om sommige informele studieplekken open te stellen. Er was duidelijk een grote druk bij studenten om rustig te kunnen studeren.”

Wilma vertelt: “Per half mei, toen bekend werd dat we open mochten, hebben we voorbereidingen getroffen. We hebben stoelen weggehaald en placemats neergelegd op de tafels met huisregels erop, zodat er gestudeerd kon worden met 1,5 meter afstand.” Sinds 2 juni gaan er nog meer studieplekken open door het gebruik van een reserveringstool (in samenwerking met Mapiq) en leent de bibliotheek ook weer boeken uit. Stap voor stap wordt er opgeschaald. Daarbij houdt de bibliotheek ook een vinger aan de pols bij studenten. Sluiten de voorzieningen aan op hun behoeftes? Wilma vertelt: “Een van de eerste bevindingen was dat studenten het fijn vinden om een hele dag te kunnen studeren, dus hebben we dat mogelijk gemaakt. Daarnaast hebben we ervoor gekozen om shifts gespreid te laten beginnen en eindigen, zodat we de bezoekersstromen te reguleren. Je wilt niet 100 mensen tegelijk voor de deur hebben, zodat het een half uur kost om iedereen binnen te laten.”

Welke uitdagingen ziet Wilma de komende tijd? Wilma: “Qua uitdagingen zie ik voornamelijk externe leners, gebruik van samenwerkingsruimtes, inzetbaarheid van medewerkers, bijvoorbeeld voor toezicht, terwijl thuiswerken de norm blijft, en beheersbaarheid van bezoekers bij de start van het nieuwe studiejaar. In september wordt het altijd heel druk, dus daar moeten we nu scherper op zijn. Kunnen we de stromen managen in overleg met andere partijen die campus gebruiken? Dat is de vraag.” Voor de langere termijn zijn er volgens Wilma ook nog een paar uitdagingen, zoals het ondersteunen van thuisstuderen, bijvoorbeeld door materiaal als noise canceling headsets uit te lenen. Daarnaast is socialisering een uitdaging straks. Studenten studeren graag gezamenlijk, hoe gaan we daarmee om? En tot slot is het voor de bibliotheek een uitdaging om haar dienstverlening verder te digitaliseren. 

In de chat wordt weer gereageerd. Iemand merkt in de chat op: “Als je iemand binnen 1,5 meter passeert, is dat voor maximaal 30 seconden geen probleem. Het risico op besmetting is daarbij verwaarloosbaar. Hoe gaan jullie daarmee om?” Wilma: “We houden er rekening mee dat studenten niet te dicht bij elkaar zitten of lopen. Alles is verder uit elkaar gezet. Looproutes zijn uitgewerkt, met aparte in- en uitgang, maar studenten zitten voornamelijk stil in de bibliotheek, dus dat is wel een voordeel.” 

 

Jasper van Winden (Universiteit Utrecht)

Download hier de presentatie van Jasper

De laatste spreker is Jasper van Winden, projectmanager Future Learning Spaces bij Educate-it van de Universiteit Utrecht. Hij kijkt wat verder vooruit naar de toekomst dan zijn collega’s. “We waren nu vooral bezig met crisismanagement, maar heel voorzichtig worden er vragen gesteld als: hoe ziet het er straks uit als er een vaccin beschikbaar zou komen en we weer terug kunnen naar ‘normaal’?” vertelt Jasper. In de discussies hierover ziet hij twee ontwikkelingen die hij wil bespreken.

Ten eerste wordt er nu veel ervaring opgedaan met online onderwijs, zal dat impact hebben op hoe we dat in de toekomst gaan doen? Ten tweede: vanaf 15 juni mogen we weer mondjesmaat naar de campus en dat dwingt ons om keuzes te maken over invulling van on campusonderwijs. “We moeten prioriteren en dat zou ook in de toekomst invloed kunnen hebben,” zegt Jasper.

Er is dus veel ervaring opgedaan met online onderwijs de laatste maanden. Jasper vraagt zich af of dit positief of negatief is en afhankelijk daarvan of het zal beklijven. Jasper: “Ik hoor op dit moment in gesprekken met docenten niet zo hele positieve geluiden, tegelijkertijd groeit ook het besef waarom dat niet zo is. In de haast hebben veel docenten hun cursus online gezet, vrijwel een-op-een, van collegezaal naar webcam. Dat is natuurlijk niet de beste manier om online onderwijs te geven. Met die bewustwording zijn er ook steeds meer docenten die zeggen; als dit veel langer gaat duren, ga ik wel investeren in nieuw onderwijs ontwerpen. De vraag is wel waar ze de tijd vandaan halen.”

Door de schaarste aan ruimte die 1,5 meter afstand oplevert op de campus, zal de vraag de komende tijd zijn waarvoor we de campus het hardste nodig hebben. Op de Universiteit Utrecht gaat het dan met name om gesloten boek tentamens, praktisch en praktijkonderwijs, en ook socialisering en interactie met elkaar. Jasper vertelt: “Vooral die laatste vind ik interessant, omdat het niet altijd helemaal in overeenstemming is met hoe onze campus nu is ingericht, zeker als je naar collegezalen kijkt. We zijn dus in gesprek over hoe we in de zalen in de toekomst meer interactie kunnen faciliteren.” Volgens Jasper ontstaat er een andere discussie doordat alles nu op 1,5 meter afstand moet. Hij vertelt: “Voorheen werden zalen in rijtjes ingericht, omdat het meest efficiënt is. Je kunt zo meer mensen kwijt, maar dat gaat nu niet meer op. Nu moeten we allemaal veel meer ruimte hebben, dus kun je je afvragen of zalen niet meer geschikt moeten zijn voor samenwerken in plaats van instructie.”

Gaan we straks weer terug naar oude normaal? Dat vraagt Jasper zich af. “Ik weet het niet,” zegt hij, “maar ik kan me voorstellen dat we richting blended learning gaan als er tijd is om te investeren in nieuw cursusontwerp. De schaarse tijd op de campus gaat straks meer om interactie.” Hoe langer de crisis duurt, hoe meer mensen gaan investeren en het beklijft, denkt Jasper. Hij verwacht dat er meer bewustwording ontstaat en er een kosten-batenanalyse gemaakt wordt per onderwijsdoel. Instructie geven kan prima online. Een collegezaal is eigenlijk een dure oplossing. Jasper: “Het zijn interessante tijden om experimenten te starten. Het is belangrijk om in gedachte te houden dat learning spaces niet volgend hoeven te zijn, maar ook sturend kunnen zijn. De instelling moet vooral goed bedenken wat ze graag wil hebben.”

Ook voor Jasper komen er vragen binnen in de chat. Marij pakt er een paar uit. “Hoe gaan jullie docenten ondersteunen bij goed online onderwijs ontwerpen? Hoe pakt UU het aan?” Jasper: “We verzorgen online trainingen voor docenten en daarnaast is er veel een-op-een coaching, maar dat is straks niet meer te behappen. De ondersteuningslast neemt toe. Alle onderwijskundig adviseurs worden hier nu vol op ingezet.”  

Andere vraag: “Docenten zijn nu al overbelast en moeten ook hun onderwijs herontwerpen. Welke scenario’s zijn er?” Jasper: “We moeten inderdaad niet verwachten dat iedereen alles opeens kan overzetten. Volgens mij moeten we dat ook niet willen, maar ik merk wel dat docenten er nu meer voor openstaan, omdat ze ervaren hebben dat alles een-op-een overzetten naar online niet goed werkt. Hier moeten onderwijsdirecteuren wel keuzes in gaan maken. Hoe langer dit duurt, hoe meer tijd er is om hierin te investeren en hoe belangrijker het wordt. Als er volgende week een vaccin komt, verandert dit volgens mij niet, maar wel als het nog twee jaar duurt.”

 

Meer vragen uit de chat

Dan nog een vraag aan Huib en Jasper: “Denken jullie ook aan hybride oplossingen, waarbij een deel het onderwijs online volgt en een deel fysiek? En hoe gaan jullie om met studenten die niet naar campus mogen of willen komen?” Huib: “Hybride vormen van onderwijs vragen didactisch gezien veel van de docent. Als je als docent in een lokaal staat voor een groep, maar je ook twee groepen thuis hebt zitten, hoe betrek je die dan? Hoe ga je die vormen mixen? Het meest natuurlijk is namelijk dat alle aandacht uitgaat naar de groep die er zit en het gevaar schuilt erin dat je de online groep vergeet. Het valt of staat daarom met werkvormen, niet techniek. De learning spaces moeten zo flexibel worden dat je dit kan benutten. Als je de opstelling anders maakt, wordt het bijvoorbeeld al eenvoudiger om studenten online te betrekken.” Jasper: “Ik sluit me daarbij aan. Voor het gros van de docenten richten we niet op hybride. Daar experimenteren we wel mee, maar het is erg moeilijk. Dat kunnen we op korte termijn niet voor elkaar krijgen. In antwoord op de tweede vraag, over mensen die verkouden zijn of in een risicogroep zitten; we rusten nu wel alle zalen uit met webcams voor livestreams, maar afhankelijk van de werkvormen moeten we denken aan alternatieve invulling van opdrachten. Voor sommige opdrachten, zoals praktica, hebben we gewoon geen oplossing.”

Er komt ook nog een vraag binnen voor Jelco: “Wordt er al gedacht aan buitentafels voor meerdere personen?” Jelco: “Ja, denken we wel over na, maar de focus lag nu op toetsen. Er worden steeds meer oplossingen bedacht om de buitenruimte ook te gebruiken, dat zijn zeker dingen die we gaan bekijken. We hebben nog geen uitgewerkte tekeningen, maar ik zie zeker kansen. Dat is sowieso een mooie toevoeging aan de campus.”

Iemand anders vraagt: “Hoe gaan jullie om met avondonderwijs en toesten in avonden en weekenden? En kunnen we dat van studenten verwachten?” Jelco: Er is inderdaad onderwijs in de avonden en weekenden. We proberen toetsen in een tijdslot overdag te plannen, maar gebruiken ook avonduren, afhankelijk van de opleiding. Ik weet niet hoe die discussie gaat tussen studenten en instituten. Ik weet dus niet hoe studenten daarop reageren, maar er wordt wel gebruik van gemaakt.”

Nog een vraag over bibliotheken: “Hoe desinfecteren jullie teruggebrachte boeken en apparatuur?” Wilma: “Daar wordt in de bibliothekenwereld zeer divers mee om gegaan. Veel bibliotheken doen dit middels quarantaine van de boeken. Wij desinfecteren boeken niet, maar apparatuur wel." 

Tot slot nodigt Marij de experts uit om iets te zeggen over de overbelasting van studenten en docenten in de huidige situatie. Huib reageert: “Wat ik merk is dat docent-eigen is om het heel goed te willen doen. Ze hebben alles in het begin een-op-een overgezet. Ik hoop dat we in de vakantie kunnen bezinnen en na de zomer verder gaan met een gericht en gesplitst online/offline curriculum. Ook zijn er volgens mij best vakken die geschrapt kunnen worden. Vraag dat aan de studenten. Waar komen jullie voor naar school? Wat mis je nu online? Dit hoeft ook niet voor iedereen hetzelfde te zijn. Voor eerstejaars is binding erg belangrijk, voor derdejaars en vierdejaars moeten we misschien andere keuzes maken. Durf daar als opleiding keuzes in te maken.”

Wil je het hele webinar terugkijken? Dat kan hier.

Author

Comments

Dit artikel heeft 2 reacties

Reactie van Tim Vermeulen

Tijdens de webinar werd er gesproken over een zogenaamde 30 seconden regel. Deze regel zou ervoor zorgen dat studenten elkaar binnen 1.5 meter mogen passeren in een onderwijszaal, mits zij niet langer dan 30 seconden in elkaars zone zouden verblijven. Ik kan er alleen niks over vinden op de website van het RIVM. Heeft iemand anders meer informatie?